Tuesday, February 26, 2008

STARR CO Debat

Situatie
Op donderdag 13 december heb ik de les communicatie leiding gegeven aan een debat. Mijn leerdoel binnen dit debat was met name het inzicht krijgen in het proces m.b.t. debatteren, waarbij ik ervoor wilde zorgen dat alle deelnemers aan het debat aan het woord zouden komen en goed naar elkaar zouden luisteren, zodat iedereen zijn/ haar mening en de daarbij behorende argumenten kon geven.
Als voorbereiding op het debat heb ik een stelling bedacht en een betoog uitgewerkt. Daarnaast heb ik kort bedacht wat de procedure van het debat zou zijn. De stelling en het betoog heb ik op papier gezet, met een heel klein stukje inleiding vooraf.

Vervolgens heb ik voorafgaand aan de les alle tafels gerangschikt zodat we in een kleine groep kwamen te zitten waarin het debat werd gehouden. De tafelschikking was zo dat iedereen alle deelnemers kon zien. Ik heb plaatsgenomen aan het hoofd van de groepsopstelling zodat ik het totaal overzicht had.

Op het moment dat iedereen binnen was ben ik begonnen met de korte inleiding en het betoog. Vervolgens heb ik de stelling in de groep gegooid, waarna ik de vraag heb gesteld wie er mee eens was en wie niet. Een aantal mensen gaven aan dat ze even tijd nodig hadden om de stelling te verwerken en erover te denken wat ze ervan vonden en argumenten voor en tegen te bedenken. Ik ben hierop ingehaakt door de mensen hiervoor enkele minuten de tijd te geven. Hierop volgde het debat. Tijdens het debat kwamen meerdere mensen niet echt aan het woord. Om ervoor te zorgen dat iedereen zijn zegje kon doen heb ik deze mensen naar hun mening gevraagd. Tevens heb ik bij mensen die hun mening gaven, waarbij de mening en argumenten niet geheel duidelijk waren voor mij geparafraseerd. Hierdoor probeerde ik ervoor te zorgen dat hetgeen ik had begrepen overeen kwam met hetgeen bedoeld werd. Een aantal keer heb ik de vraag gesteld wat er precies bedoeld werd. Hierop volgde de uitleg waardoor het geheel duidelijk werd.
De vraag werd gesteld wat integratie precies betekende, waarop ik direct het antwoord heb gegeven, aangezien ik deze informatie op had gezocht.

Na ongeveer driekwartier te hebben gedebatteerd, heb ik de stelling herhaald en gekeken wat de uitkomst van het debat met betrekking tot deze stelling was. Op dat moment werd er ingegrepen door de coach met de mededeling dat het bij een debat niet specifiek om de stelling gaat, maar dat het om het debat gaat en dat het van belang is om het debat samen te vatten. Hierop heb ik even nagedacht hoe ik het debat kon samenvatten. Op dat moment kon ik niet direct bedenken hoe ik het debat kon samenvatten dus heeft een van de deelnemers dit overgenomen. Vervolgens is een andere deelnemer daarop in gehaakt en begon weer uitgebreid te vertellen. Na enkele minuten greep de coach in met de vraag aan mij of ik nog steeds de voorzitter was, waarop ik antwoordde dat ik even afgeleid was. Hierop vertelde ze tegen de deelnemer dat hij weer met zijn eigen mening was begonnen en dat het alleen de bedoeling was om het debat samen te vatten en niet dat er opnieuw gedebatteerd kon worden.

Vervolgens heb ik aangegeven dat het debat afgerond was, waarna de vraag werd gesteld of ik feedback wilde ontvangen en op welke manier. Hierop heb ik geantwoord dat ik dat graag wilde ontvangen en dat ik het graag gestructureerd mondeling wilde ontvangen. Hierna zijn we het rondje afgegaan en heeft een deelnemer voor mij de feedback opgeschreven.

Taken
Binnen een debat is het de bedoeling dat een stelling wordt bediscussieerd. Een voorzitter zorgt ervoor dat het debat op de juiste maner verloopt zodat alle deelnemers aan het woord komen en uiteindelijk het geheel wordt samengevat.

Het doel dat ik met betrekking tot de uitvoering van dit debat voor ogen was het volgende leerdoel:

  1. Ik wil d.m.v. het leiding geven aan een debat in periode 2 inzicht krijgen in het proces m.b.t. debatteren, waarbij ik erop let dat alle deelnemers aan het debat aan het woord komen en goed naar elkaar geluisterd wordt, zodat iedereen zijn/ haar mening en de daarbij behorende argumenten kan geven.

Mijn rol binnen dit debat is de rol van de voordrager van het betoog, de aandrager van de stelling en daarnaast die van de voorzitter. Deze rol betekent dat ik me niet actief inhoudelijk met het debat bezig houd, maar meer met het proces bezig ben. Waar het debat stil valt, zal ik me inhoudelijk met het debat bezig houden om het zo weer op gang te brengen.

Actie / Activiteiten
Als voorbereiding op het debat heb ik een stelling bedacht en een betoog uitgewerkt. Daarnaast heb ik kort bedacht wat de procedure van het debat zou zijn. De stelling en het betoog heb ik op papier gezet, met een heel klein stukje inleiding vooraf.
Voorafgaand aan de les heb ik alle tafels gerangschikt. Ik heb plaatsgenomen aan het hoofd van de groepsopstelling zodat ik het totaal overzicht had.

Op het moment dat iedereen binnen was, ben ik begonnen met de korte inleiding en het betoog. Vervolgens heb ik de stelling in de groep gegooid, waarna ik de vraag heb gesteld wie er mee eens was en wie niet. Ik heb de mensen enkele minuten de tijd te geven om over de stelling na te denken.
Tijdens het debat heb ik de mensen die niets zeiden naar hun mening gevraagd, om hen zo meer bij het debat te betrekken. Tevens heb ik bij mensen die hun mening gaven geparafraseerd, waardoor ik probeerde te zorgen dat hetgeen ik had begrepen overeen kwam met hetgeen bedoeld werd. Een aantal keer heb ik de vraag gesteld wat er precies bedoeld werd. Tijdens het debat heb ik de betekenis van integratie gegeven.

Als afsluiting heb ik de stelling herhaald en gekeken wat de uitkomst van het debat met betrekking tot deze stelling was. Naar aanleiding van een opmerking van de coach heb ik even nagedacht hoe ik het debat zelf kon samenvatten. Vervolgens heb ik een van de andere deelnemers het woord gegeven om het debat samen te vatten. Na enkele minuten greep de coach in met de vraag aan mij of ik nog steeds de voorzitter was, waarop ik antwoordde dat ik even afgeleid was.

Vervolgens heb ik aangegeven dat het debat afgerond was. Ik heb aangegeven dat ik graag feedback wilde ontvangen en dat ik het graag gestructureerd mondeling wilde ontvangen. Hierna heb ik elke deelnemer een beurt gegeven om mij feedback te geven.

Resultaten
Als ik terug kijk op de stelling blijkt uit het debat dat het geen goede stelling is aangezien niet duidelijk is wie er met ‘de Nederlanders’ wordt bedoeld. Daarnaast is de vraag ontstaan of integratie wel echt mogelijk is op de manier zoals het in Nederland wel bedoeld is en of het op die manier wenselijk is.

Het verdere resultaat bespreek ik aan de hand van het leerdoel waarbij ik het leerdoel opsplits in 3 afzonderlijke onderdelen, namelijk:

  1. Inzicht krijgen in het proces m.b.t. debatteren;
  2. Alle deelnemers aan het debat aan het woord laten, zodat iedereen zijn/ haar mening en argumenten kan geven;
  3. Alle deelnemers goed naar elkaar laten luisteren, waardoor ook ingespeeld kan worden op hetgeen gezegd wordt.

  1. Inzicht krijgen in het proces m.b.t. debatteren.
    Doordat ik de leiding had tijdens dit debat, waardoor ik me zowel met de voorbereiding als met het proces tijdens het debat heb bezig gehouden heb ik al een beter overzicht over wat er bij een debat komt kijken. Daarnaast zijn er tijdens het debat een aantal tips gegeven door de coach waar ik zeker wat aan heb en de volgende keer zeker rekening mee zal houden.
  2. Alle deelnemers aan het debat aan het woord laten, zodat iedereen zijn/ haar mening en argumenten kan geven.
    Ik heb gedurende het debat ervoor gezorgd dat iedereen aan het woord is gekomen. Een aantal mensen was minder actief in het geven van hun mening. Deze mensen heb ik het woord gegeven door te vragen wat zij ervan vonden. Hierop werd gereageerd door uitgebreid de mening en de argumenten behorende bij de mening aan te geven.
    Tevens heb ik aan dit deel van het leerdoel voldaan tijdens het ontvangen van de feedback omdat ik hierbij iedereen een voor een aan het woord heb gelaten. Hierbij sprong af en toe de coach in op wat er gezegd werd, waarbij ze geen enkele keer de anderen niet liet uitspreken.
  3. Alle deelnemers goed naar elkaar laten luisteren, waardoor ook ingespeeld kan worden op hetgeen gezegd wordt.
    Tijdens het debat heb ik zo veel mogelijk geprobeerd om het gesprek centraal te houden, zodat er maar 1 gesprek tegelijkertijd werd gevoerd. Hierdoor werden deelgesprekken direct op tafel gegooid waardoor deze gesprekken weer centraal werden en iedereen wist wat er werd besproken. Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat wanneer er direct werd gereageerd op een mening voordat degene die zijn mening gaf uit was gepraat, ik hier direct op in speelde door aan te geven dat de ander zo aan de beurt kwam en dat het verstandig is om elkaar eerst uit te laten praten om zo te horen wat de ander te zeggen heeft.

Reflectie
In eerste instantie heb ik een overzicht gemaakt van de feedback, waarbij ik een splitsing heb gemaakt in positieve feedback en leerpunten. Vervolgens bespreek ik een aantal van de punten uit de feedback. Hierbij maak ik gebruik van de binnencirkel van het reflectiemodel van Kolb. Ik kies er bewust voor om slechts enkele punten verder uit te diepen, omdat ik me met name op deze leerpunten wil richten. Wat opvalt is dat een van mijn leerpunten wel bij de positieve feedback staat vermeld. De reden dat ik dit toch als leerpunt aankaart is het feit dat ik zelf het gevoel heb dat ik hier nog niet klaar mee ben.

Overzicht Feedback
Positieve feedback

  1. Goede voorbereiding.
  2. Fijn gesprek.
  3. Mensen erbij betrekken.
  4. Parafraseren.

Leerpunten

  1. Zorg ervoor dat jouw intentie duidelijk is, wat is precies de bedoeling en wat verwacht je van de groep. Geef daarnaast duidelijk aan wat de procedure is tijdens het debat, zodat duidelijk is hoeveel tijd ervoor staat en op welke manier je verwacht dat het begin van het debat zal lopen. Houdt bij de tijd ook rekening met het vragen van feedback.
  2. Neem tijdens het debat het heft in eigen handen, zorg hiervoor door goed voor te zitten.
  3. Let erop dat je wanneer je een vraag stelt niet zelf al een antwoord invult zodat degene waaraan de vraag wordt gesteld een keuzemogelijkheid krijgt in plaats van een vraag.
  4. Houd rekening met andere leerstijlen, door bijvoorbeeld de stelling ook te visualiseren.
  5. Wat belangrijk is voor een debat is het kiezen van een onderwerp waarbij je betrokken bent. Daarnaast is het belangrijk om het betoog in eigen woorden samen te vatten, hierdoor kun je je beter inleven in het verhaal en kun je er ook voor staan. Denk ook aan de hoeveelheid informatie in het betoog.
  6. Bij een debat gaat het niet zozeer om de stelling maar om de inhoud van het debat. Probeer dit op het einde ook samen te vatten.
  7. Samenvatten tussentijds zorgt ervoor dat je weer terugkomt op de stelling en ook sneller op het eind een goed overzicht of samenvatting kan maken.

Leerpunten
Goede voorbereiding

Er werd aangegeven dat ik me goed had voorbereid.

  1. Wat ik wilde:
    Ik wilde een goede voorbereiding neerzetten, waardoor ik goed voorbereid aan het debat kon beginnen. Dit betekende dat ik me moest verdiepen in het onderwerp dat ik voor de stelling zou gebruiken, waarna ik een goede stelling zou maken en een goed betoog zou kunnen schrijven.
  2. Wat ik deed:
    Door drukte in de week voor het debat heb ik op het allerlaatste moment een stelling op internet gevonden die ik wilde gaan gebruiken. Vervolgens ben ik op internet op zoek gegaan naar informatie over de stelling en heb een deel van de gevonden informatie letterlijk gebruikt voor het betoog. Ik heb wel wat extra informatie opgezocht en meegenomen. Deze informatie heb ik ook in het debat gebruikt.
    Op het moment dat ik zou beginnen aan het debat heb ik de coach even aangesproken over het feit dat ik mezelf teveel op de hals had gehaald. Haar antwoord hierop was de vraag wat ik had kunnen doen om ervoor te zorgen dat ik minder hoefde te doen. Hierop heb ik geantwoord dat ik een mail naar haar had kunnen sturen om aan te geven dat het op dit moment niet haalbaar was voor mij om het debat te leiden.
  3. Wat voelde ik:
    Voorafgaand aan het debat voelde ik me ongemakkelijk, omdat ik de stelling en alle overige informatie op het laatste moment bij elkaar had gezocht.
    Op het moment dat ik van de coach het antwoord kreeg op mijn opmerking m.b.t. de slechte voorbereiding voelde ik me dom, omdat ik wederom niet voor mezelf was opgekomen en niet had aangegeven dat het nu even niet ging lukken met het debat.
  4. Wat dacht ik:
    Voorafgaand aan het debat dacht ik dat ik ontzettend goed ben in het opstellen van onmogelijke taken voor mezelf. Vervolgens dacht ik dat ik het daar maar mee moest doen, waarna ik ben gaan zoeken.
    Op het moment van de keuze van de stelling dacht ik dat ik er verstandig aan deed om een bestaande stelling te gebruiken aangezien ik het me anders wel heel erg moeilijk maakte.
    Op het moment dat ik antwoord kreeg van de coach dacht ik waarom heb ik daar zelf niet eerder aan gedacht en daarnaar gehandeld. Dat had me namelijk veel kopzorgen bespaard.

Voor de volgende keer:

  1. Ik wil bij een volgende voordracht in periode 3 me op de juiste manier voorbereiden door me eerst te verdiepen in de theorie om deze vervolgens te gebruiken om de voordracht op de juiste manier voor te bereiden.
  2. Ik wil, bij een volgende keer dat ik merk gedurende een voorbereiding dat een voordracht of opdracht niet haalbaar is binnen mijn eigen kaders, aangeven dat het deze keer niet gaat lukken en dat ik uitstel vraag voor die bewuste opdracht.

Procedure
Zorg ervoor dat jouw intentie duidelijk is, wat is precies de bedoeling en wat verwacht je van de groep. Geef daarnaast duidelijk aan wat de procedure is tijdens het debat, zodat duidelijk is hoeveel tijd ervoor staat en op welke manier je verwacht dat het begin van het debat zal lopen.

  1. Wat ik wilde:
    Ik wilde dat vooraf duidelijk was wat ik wilde bereiken met dit debat en daarnaast op welke manier ik het debat wilde voeren.
  2. Wat ik deed:
    Ik heb vooraf een korte inleiding geschreven waarin ik globaal heb aangegeven wat ik precies wilde. Hierin stond niet mijn leerdoel en op welke manier ik het debat wilde starten. Tevens stond hierin niet vermeld hoeveel tijd ik voor het debat en vervolgens voor de feedback wilde gebruiken.
  3. Wat voelde ik:
    Op het moment dat ik bovenstaande informatie ontving tijdens de feedbackronde kon ik me er alleen maar bij neerleggen, omdat al die punten die zijn aangehaald zorgen voor een duidelijke procedure waardoor iedere deelnemer precies kan vertellen wat er van hem/haar wordt verwacht. Het gevoel dat hierbij hoorde was herkenning van de punten.
  4. Wat dacht ik:
    Na het ontvangen van de feedback dacht ik dat ik met de aangedragen leerpunten zeker verder zou kunnen.

Voor de volgende keer:
Na een tip van een medestudent die niet bij het debat aanwezig was heb ik voor mezelf bedacht om voortaan voor alle voordracht het didactische model te gaan gebruiken aangezien je daar bijna alles mee onderbouwd.

  1. Ik wil voor een volgende voordracht tijdens periode 3 gebruik maken van het didactische model om op deze wijze mogelijke problemen te ondervangen.

Manier van communiceren
Neem tijdens het debat het heft in eigen handen, zorg hiervoor door goed voor te zitten. Let daarnaast op dat je wanneer je een vraag stelt niet zelf al een antwoord invult zodat degene waaraan de vraag wordt gesteld een keuzemogelijkheid krijgt in plaats van een vraag. Van belang is om rekening te houden met andere leerstijlen, door bijvoorbeeld de stelling ook te visualiseren.

  1. Wat ik wilde:
    Tijdens het debat wilde ik duidelijk aanwezig zijn als de leider van het debat. Daarnaast wilde ik waar nodig deel uit maken van het debat om het zo weer op gang te brengen als het stil zou vallen. Ik wilde ervoor zorgen dat iedere deelnemer aan het debat aan het woord zou komen en zijn mening inclusief argumenten zou kunnen vertellen aan de andere deelnemers.
    Op het moment dat ik vragen ging stellen aan mensen wilde ik ervoor zorgen dat ook zij voor hun mening uitkwamen.
  2. Wat ik deed:
    Ik heb geprobeerd om tijdens het debat me als leider neer te zetten. Hiervoor heb ik met name de mensen die zelf niet hun mening zeiden gevraagd naar hun mening. Daarnaast heb ik op een aantal momenten ingegrepen wanneer er meerdere gesprekken tegelijkertijd plaatsvonden.
    M.b.t. het stellen van vragen stelde ik vragen waarin ik al een antwoord had verwerkt, een soort meerkeuzevraag. Hierdoor had degene die antwoord moest geven het makkelijker, omdat ze alleen maar hoefden te kiezen in plaats van zelf een antwoord te bedenken.
  3. Wat voelde ik:
    Tijdens het debat voelde ik me goed afgewisseld met machteloosheid. Goed doordat ik tijdens het debat iedereen aan het woord heb kunnen laten. Machteloosheid doordat ik zelf het gevoel had dat ik me niet genoeg had voorbereid, dus te weinig informatie bezat over het onderwerp om er op het moment dat het stil viel op in te kunnen haken.
    Op het moment van de feedback, toen ik te horen kreeg wat ik deed m.b.t. het vragen stellen, voelde ik me geen herkenning. Op het moment dat ik net nadat dit leerpunt werd aangedragen het vervolgens weer deed en er direct op gewezen werd, voelde ik herkenning en een lichte vorm van bewustwording.
  4. Wat dacht ik:
    Ik dacht dat ik me toch echt beter moest voorbereiden en dan met name dieper in het onderwerp duiken.
    Ik dacht dat ik me toch meer bewust moet worden van de vragen die ik stel en dan met name de meerkeuzevragen, om ervoor te zorgen dat ik deze steeds minder zal gaan stellen.

Voor de volgende keer:

  1. Ik wil bij een volgende voordracht in periode 3 me op de juiste manier voorbereiden door me eerst te verdiepen in de theorie om deze vervolgens te gebruiken om de voordracht op de juiste manier voor te bereiden.
  2. Ik wil voor een volgende voordracht tijdens periode 3 gebruik maken van het didactische model om op deze wijze mogelijke problemen te ondervangen.
  3. Ik wil me met name tijdens de lessen gaan richten op mijn manier van vragen stellen, waarbij ik er met name op ga letten dat ik geen meerkeuzevragen stel.

Betoog
Wat belangrijk is voor een debat is het kiezen van een onderwerp waarbij je betrokken bent. Daarnaast is het belangrijk om het betoog in eigen woorden samen te vatten, hierdoor kun je je beter inleven in het verhaal en kun je er ook voor staan. Denk ook aan de hoeveelheid informatie in het betoog.

  1. Wat ik wilde:
    Ik wilde een helder, duidelijk betoog over een onderwerp dat mij aansprak. Daarnaast wilde ik ook dat het betoog zelf geschreven was.
  2. Wat ik deed:
    Ik wachtte tot het laatste moment om op zoek te gaan naar een onderwerp voor het debat en daardoor had ik ook geen tijd meer om zelf een betoog te schrijven.
  3. Wat voelde ik:
    Ik voelde me ongemakkelijk vanwege het feit dat ik het betoog niet eens had omgeschreven in mijn eigen woorden.
  4. Wat dacht ik:
    Ik dacht dat ik de volgende keer echt op tijd moet beginnen met de voorbereiding en daarbij wanneer ik geen tijd voor een gedegen voorbereiding heb, dit aangeven bij de coach zodat ik mezelf niet in de weg zit tijdens de voorbereiding.

Voor de volgende keer:

  1. Ik wil bij een volgende voordracht in periode 3 me op de juiste manier voorbereiden door me eerst te verdiepen in de theorie om deze vervolgens te gebruiken om de voordracht op de juiste manier voor te bereiden.
  2. Ik wil voor een volgende voordracht tijdens periode 3 gebruik maken van het didactische model om op deze wijze mogelijke problemen te ondervangen.

Samenvatten
Bij een debat gaat het niet zozeer om de stelling maar om de inhoud van het debat. Probeer dit op het einde ook samen te vatten.
Samenvatten tussentijds zorgt ervoor dat je weer terugkomt op de stelling en ook sneller op het eind een goed overzicht of samenvatting kan maken.

  1. Wat ik wilde:
    Ik wilde leiding geven aan een goed debat.
  2. Wat ik deed:
    Ik heb me niet echt verdiept in de theorie achter debatteren. Hierdoor ben ik onvoorbereid het debat ingegaan en heb ik het belangrijkste deel van de theorie van debatteren niet toegepast, namelijk de theorie dat het bij een debat niet zo zeer om de stelling gaat, maar om het debat wat daarop volgt.
    Gedurende het debat heb ik meerdere keren gebruik gemaakt van parafraseren om de mening en argumenten van anderen voor mijzelf (en daarmee mogelijk voor de anderen) duidelijk te krijgen.
  3. Wat voelde ik:
    Toen dit leerpunt naar voren werd gebracht voelde ik me betrapt. Normaal gesproken, wanneer ik me wel op de juiste manier had voorbereid had ik dit geweten en had ik me daar bewuster mee bezig kunnen houden.
    Op het moment dat verteld werd dat samenvatten een makkelijk hulpmiddel is om terug te komen op de stelling om zo het debat niet te ver te laten uitweiden en om uiteindelijk het debat eenvoudig samen te vatten, voelde ik me goed. Goed omdat ik een hulpmiddel had gekregen om een voor mijn idee een moeilijke taak makkelijker te maken.
  4. Wat dacht ik:
    Ik dacht m.b.t. de theorie dat me dit de volgende keer niet meer zal gebeuren, omdat ik me dan op de juiste manier voorbereid of wanneer dat niet haalbaar is, het aangeef.
    Ik dacht dat ik me de volgende keer wel degelijk meer zal richten op het samenvatten. Daarnaast dacht ik dat ik met het samenvatten ook op andere plaatsen veel meer duidelijkheid kan verschaffen en dat ik het samenvatten dus veel meer wil gaan toepassen.

Voor de volgende keer:

  1. Ik wil bij een volgende voordracht in periode 3 me op de juiste manier voorbereiden door me eerst te verdiepen in de theorie om deze vervolgens te gebruiken om de voordracht op de juiste manier voor te bereiden.
  2. Ik wil voor een volgende voordracht tijdens periode 3 gebruik maken van het didactische model om op deze wijze mogelijke problemen te ondervangen.
  3. Ik wil voor een volgend debat me erop richten om meer samen te vatten, zowel tijdens het debat als op het einde van het debat, waardoor ik een beter overzicht houd en het debat meer in mijn eigen hand houd. Dit leerdoel wil ik tevens gaan gebruiken bij de overige bijeenkomsten/ vergaderingen die ik bijwoon.

Overzicht leerdoelen:

  1. Ik wil bij een volgende voordracht in periode 3 me op de juiste manier voorbereiden door me eerst te verdiepen in de theorie om deze vervolgens te gebruiken om de voordracht op de juiste manier voor te bereiden.
  2. Ik wil, bij een volgende keer dat ik merk gedurende een voorbereiding dat een voordracht of opdracht niet haalbaar is binnen mijn eigen kaders, aangeven dat het deze keer niet gaat lukken en dat ik uitstel vraag voor die bewuste opdracht.
  3. Ik wil voor een volgende voordracht tijdens periode 3 gebruik maken van het didactische model om op deze wijze mogelijke problemen te ondervangen.
  4. Ik wil me met name tijdens de lessen gaan richten op mijn manier van vragen stellen, waarbij ik er met name op ga letten dat ik geen meerkeuzevragen stel.
  5. Ik wil voor een volgend debat me erop richten om meer samen te vatten, zowel tijdens het debat als op het einde van het debat, waardoor ik een beter overzicht houd en het debat meer in mijn eigen hand houd. Dit leerdoel wil ik tevens gaan gebruiken bij de overige bijeenkomsten/ vergaderingen die ik bijwoon.

POP & PAP CO debat

POP
Leerdoel (wat wil je bereiken?)

  1. Ik wil d.m.v. het leiding geven aan een debat in periode 2 inzicht krijgen in het proces m.b.t. debatteren, waarbij ik erop let dat alle deelnemers aan het debat aan het woord komen en goed naar elkaar geluisterd wordt, zodat iedereen zijn/ haar mening en de daarbij behorende argumenten kan geven.

Waarom dit leerdoel?

  1. Door me actief bezig te houden met de verschillende niveaus verwacht ik in eerste instantie bewustwording m.b.t. de verschillende gesprekniveaus, waardoor ik uiteindelijk inzicht krijg in mijn manier van communiceren binnen groepen.
  2. Ik wil zicht krijgen op het effect dat mijn manier van werken heeft op de individuen in de groep. Daarnaast wil ik zicht krijgen op wat eventueel aan mijn manier van werken kan worden verbeterd.

Relatie met welke competentie en prestatie-indicator?

Competentie 2: Agogische relatie onderhouden;
Competentie 4: Communiceren;
Competentie 6: Professionaliseren.

PAP (Activiteitenplan)

Wat ga je doen?

Actief bezig zijn:

  1. Per week ga ik 1 gesprek van maximaal een half uur op tv analyseren m.b.t. de verschillende niveaus en daar waar ik het niveau niet precies kan aangeven, leg ik het voor aan de coach.
  2. Tijdens de communicatietrainingen wil ik bij minimaal 1 oefening (afhankelijk van het aantal oefeningen binnen een training) me richting op de verschillende communicatieniveaus.

Bewustwording manier van werken:

  1. Tijdens de communicatietrainingen wil ik (afhankelijk van het aantal oefeningen binnen een training) aan minimaal 1 oefening actief deelnemen.
  2. Na het actief deelnemen aan oefeningen ga ik het geheel reflecteren, om te kijken op welke manier ik communiceer in groepen. Vervolgens vraag ik feedback over de reflectie om te kijken of mijn kijk op mijn manier van communiceren nog kan worden verbeterd.

Hoe ga je dit doen?

Actief bezig zijn:

  1. Voor het analyseren van de tv-gesprekken maak ik een formulier waarop ik aangeef in welke volgorde de verschillende niveaus voorkomen binnen het gesprek. Wanneer ik twijfel haal ik het gesprek terug via uitzending gemist en probeer het nogmaals te bekijken. Wanneer ik dan nog aan het twijfelen ben over het niveau leg ik het in de eerstvolgende training voor aan de coach.
  2. Tijdens de communicatietrainingen geef ik bij de eerste oefening duidelijk aan dat ik me wil richten op de verschillende communicatieniveaus en dat ik de volgende oefening wel deel wil nemen. Wanneer ik hier twijfel over een bepaald niveau vraag ik direct om terugkoppeling vanuit de coach.

Bewustwording manier van werken:

  1. Afhankelijk van het aantal oefeningen binnen een training neem ik actief deel aan 1 oefening door de 2e oefening binnen de training direct als vrijwilliger op te staan. Daarnaast wil ik 1 maal een warming-up geven aan de hele groep, zodat ik ook een start met een groep een keer kan analyseren.
  2. Na afloop reflecteer ik op mijn manier van werken aan de hand van een reflectieverslag waar tevens de feedback die ik ontvangen heb op mijn deelname in verwerkt zit. Vervolgens stuur ik deze reflectie op om feedback te ontvangen van de coach. Vervolgens kijk ik a.hv. de ontvangen feedback en de geschreven reflectie of ik eventueel nieuwe leerdoelen moet/kan gaan opstellen ter bevordering van de verbetering van mijn manier van communiceren.

Met wie?

Voor beide leerdoelen zal ik in eerste instantie alleen werken. Voor mijn 2e doel zal ik moeten samenwerken met mijn medestudenten.

Begeleiding

Voor beide leerdoelen haal ik waar nodig de deskundigheid van de coach erbij om meer inzicht te krijgen in mijn eigen handelen. Daarnaast zal ik bij het 2e leerdoel feedback vragen van mijn medestudenten.

Planning

  1. Ik start met dit leerdoel vanaf lesweek 5. Het zal doorlopen tot lesweek 10, waarbij ik in lesweek 10 op dit leerdoel zal reflecteren. De planning is om elke week minimaal 1 gesprek van een half uur te analyseren.
  2. Ik start met dit leerdoel vanaf lesweek 5. Het zal doorlopen tot leesweek 10 van periode 2. Vervolgens zal ik op dit alles reflecteren en feedback vragen.

Resultaat

  1. Na afloop van periode 1 zal ik op dit leerdoel reflecteren door middel van het schrijven van een reflectieverslag, waar eventueel nieuwe leerdoelen uit voortkomen.
  2. Na afloop van periode 2 zal ik op dit leerdoel reflecteren door middel van het schrijven van een reflectieverslag, waar eventueel nieuwe leerdoelen uit voortkomen.

Bewijzen voor in het portfolio

Actief bezig zijn:

  1. POP & PAP;
  2. 1 voorbeeld gesprek met overzicht niveaus;
  3. Reflectieverslag met feedback.

Bewustwording manier van werken:

  1. POP & PAP;
  2. Gegevens Warming up;
  3. Gegevens feedback mede-studenten & coach;
  4. Reflectieverslag met feedback.

Risico’s en hoe deze te ondervangen (belemmeringen en kansen)

  1. Door beperkte tijd kan het mogelijk zijn dat het niet lukt om een gesprek per week te analyseren. Aangezien ik komende periode meer tijd voor mezelf en dus ook voor mijn studie heb gepland zal dit niet snel voorkomen. Daarnaast is een half uur per week altijd wel in te passen.
  2. Het kan voorkomen dat ik te veel spanning voel op het moment dat ik deel wil nemen aan een oefening waardoor ik te lang op me laat wachten en een ander daardoor al aan de oefening deelneemt. Om dit te voorkomen kan ik vooraf aangeven aan de coach dat ik bij elke tweede oefening deel wil nemen. Tevens wil ik vooraf proberen te analyseren waardoor deze spanning kan ontstaan en wat dat voor consequenties voor mij heeft binnen de studie en binnen het toekomstige werkveld.